Vragen aan Rob de Vries door Pim Burger

                                                                                      
                





                                                                                   
Rob de Vries (L) en Pim Burger in Venetië 2019


Hoe ben je op het idee gekomen om kunstenaar te worden ?

Nou, dat is lang geleden, Pim. Van huis uit was dat zeker niet de bedoeling. Ik zou het aannemers-
bedrijf overnemen, daar studeerde ik voor. 
In de 60 er jaren was ik al aangeraakt door de beeldende kunst en was ook zelf dingen gaan maken, 
had een lasapparaat, werkte met metaal, gips, spiegels, vormen van kaasdoek opgevuld met TL bal-
ken. Oefeningen, dus weinig pretenties, allemaal weggegooid.

Welke kunststijl had toen je voorkeur ?

Van een voorkeur voor een kunststijl was toen nog geen sprake. Het begon met Picasso, Henry 
Moore, later ook Joseph Beuys. In die tijd zoog ik alles op als een spons. 

Wanneer koos je als kunstenaar richting en hoe zag die er uit ?

Binnen alle onzekerheid wist ik wel dat het niet om figuratie zou gaan.
Toen ik in 1972 een baan kreeg aan de Ateliers 63 in Haarlem, gaf dat veel bruikbare in-
formatie. Een paar jaar later, zeg vanaf 1974, draaide ik mee als kunstenaar. Ik maakte
toen strakke tekeningen, beelden, fotowerken en super-8 filmpjes.

Vertel over de overgang van kunstenaar naar galeriehouder......

Dat is wel een sprong in de tijd. Het opzetten van een galerie is niet niks. Dat avontuur begon 
in 1989 en overvleugelde langzamerhand het maken van eigen kunstwerken.
Je kreeg een rare dubbelpositie.

In hoeverre beïnvloedt jouw ervaring als kunstenaar het galeriehouder zijn ?

Je kijkt meer als kunstenaar dan als handelaar, vooral in het begin. Je moet alles nog leren.

Hoe benader je nieuwe kunstenaars voor je galerie en waar let je op?

Kunstenaars waren er altijd genoeg. Je kijkt naar het werk, zit daar progressie in voor de
toekomst, kun je omgaan met de persoon die het werk maakt, zijn er klanten voor ?
Hoe gaat de kunstenaar zelf om met zijn werk, is er concurrentie, welke referenties heeft
hij of zij enz. ? Met Piet Tuytel klikte het van begin af aan. Toen Armando er in 1996 bij
kwam, kreeg ik er niet alleen een kunstenaar van formaat bij, maar tevens een erudiete vriend 
en een klant. Ik stond op de kaart, zoals dat heet !

Je hebt de conceptuele stroming in je hart gesloten, waaronder Arte Povera, deze kunste-
naars werkten in een min of meer groepsgebonden atmosfeer. Het is nu allemaal individueler.
Zie je een voortzetting bij jonge kunstenaars of is het een gepasseerd station ?

Soms kunnen meerdere individuen een interessante groep of stroming gaan vormen.
Je hebt dan wel een aanjager nodig die het vuur brandende kan houden, mensen zoals Henk Peeters 
voor NUL en Germano Celant voor ARTE POVERA waren.
Zij wilden aandacht voor een groep werken en hun makers in een tijd  voor de komst
van het internet, best een goede move !

Wat zou je jonge kunstenaars in de huidige tijd willen meegeven ?

Het blijft een eenzaam avontuur.  Doe wat je denkt te moeten doen. Experimenteer en 
kijk eens achterom: de Kunstgeschiedenis.

Je bent als galeriehouder nu meer projectmatig bezig. Bevalt dat ?

Bescheiden  presentaties in de galerie en presentaties op locatie. Dat had ik voor de coronatoestand
bedacht. Ik kijk wel hoever ik kom. Ik hou je op de hoogte, Pim.

Hoe ziet jouw toekomst er uit ?

Geen idee, gewoon maar door gaan. Elke dag is er een. Er is nu een nieuwe
website, ben actief op Instagram en nieuw is ook deze blog.

-------
met dank aan Pim Burger  

© rob de vries en pim burger